DennisBos.reismee.nl

Kuala Lumpur, Banda Aceh & Pulau Weh

Nederlands – not italic / English (also for the Dutch speakers) – italic



Op het moment van schrijven zit ik op een overdekt terrasje waar een uitermate vriendelijke Indonesische man om 9:30PM een gerecht voor mij voorbereidt. Een ‘powernap’, oftewel een hazenslaapje, mondde uit in een ietwat langere onderbreking van de avond, hetgeen mij noopte op een voor de lokale Pulau Weh’er onislamitisch tijdstip te gaan kokerellen. Zoals bij de Chinees werkt men op dit eiland eveneens met een menukaart waarbij een nummer een gerecht symboliseert. #36 werd uitgekozen en ik keek reikhalzend uit om lekkere kip, patat en een eitje te krijgen, maar nu heb ik in plaats van ‘french fries’ ‘fried rice’ naast mijn gefrituurde kip liggen. Ik houd het er maar op dat de beste man dyslectisch is óf dat ik mijn Engelse uitspraak broodnodig moet gaan bijschaven.
This newest update is being written on a covered terrace from a little sea-food oriented restaurant next to the Diving Center ‘LumbaLumba’ on the island Pulau Weh, located at the northwestern tip of Sumatra in the province of Aceh. After an unintentional long power nap the local time is currently 9:30PM and a very gentle Indonesian cook is preparing a belated meal to whet my appetite at a time that he is simultaneously watching an important football match between Indonesia and their eternal rivals representing Malyasia. Perhaps that is the reason why he eventually served me fried rice instead of the clearly articulated #36 of the menu card ‘french fries’. Perhaps it was simply a result of dyslexia or, very unlikely, my poor Dinglish pronunciation.

Het is broodnodig dat ik dit epistel typ onder een rieten dak, want de serene stilte op het eiland wordt ruw verstoord door aanhoudende regenval in combinatie met golven die zo’n 10 meter achter mij met tussenpozen van 5 seconden op het idyllisch witte zandstrand neerploft. Het weer is de laatste dagen niet om over naar huis te schrijven, verre van dat zelfs, maar het natuurschoon met name onder de zeespiegel is adembenemend mooi en dientengevolge heb ik tijdens het eten nog altijd bij tijd en wijlen acute ademnood. De zon laat zich niet of slechts sporadisch zien en mijn gebronsde huid is nu dan ook aan een negatieve verandering onderhevig, ook al schijnt het zo te zijn dat men in Indonesië de schoonheid van zowel mannen als vrouwen laat afhangen onder het mom van de slogan “hoe witter hoe beter”. Ik bereid me derhalve goed voor op de aanstaande tripjes richting paradijselijke eilanden waar het ook ’s nachts goed toeven blijkt te zijn met veel lokale stappers... Voorts weet ik nu dat, indien Indonesië nog altijd tot het Nederlands Koninkrijk zou behoren, de PVV met deze gedachtengoed van de hedendaagse 27 geschatte zetels enorme sprongen zal maken en met stip de VVD en SP achter zich zou laten.
It is absolutely essential to seek shelter under the restaurant’s roof, since the tranquility here is violently disturbed by ever-continuing downpours in combination with breaking waves that plump down only 10 meters behind me in intervals of 5 seconds on the idyllic pearl-white, with dead coral covered beaches of Gapang.
The weather is recently alike good old The Netherlands, albeit it that I cannot complain about the temperature at all. The days can so far be stratified into diving in the morning at 9:30AM and in the afternoon at 2:30PM and in the meanwhile getting wet on the surface due to quite heavy, intermittent rain showers (and Asian rain showers can be considered as real downpours; never seen that many cats and dogs falling out of the sky). My bronzed skin is therefore slightly retreating, which is obviously not the worst thing in the world but still quite annoying: constant rainfall is disabling us to nicely sit outside to have a late afternoon / evening chat with the fellow-divers and it furthermore doesn’t boost people’s energy levels in general.
However, we are all here on this part of the tiny island for one thing that we have in common: diving, diving and once more diving and as a result it happens regularly throughout the day that I feel like suffocating. The marine life and the scenery under water is namely Breathtaking with a capital ‘B’ and seriously awe-inspiring!


Pulau Weh is een eiland dat zich op één uur varen ten noordwesten van de Acehse hoofdstad Banda Aceh bevindt. Op donderdagavond landde ik op het Sultan Iskandar Muda vliegveld te Aceh, waarna ik afstevende op een vorstenmaaltijd en een koninklijke nachtrust in en rondom Hotel Medan. De kamer die mij werd toebedeeld was in vergelijking tot het kot waar ik de nacht eraan voorafgaande verbleef een 7-sterrenkamer, al ervoer ik mijn hoogtepunt toen ik bij een eetgelegenheid vlakbij het hotel een aantal Indonesiërs mij vriendelijk doch dringen verzocht hún sate uit te gaan proberen. Een land waarbij het eten van saté wordt beschouwd als het verorberen van pure delicatesses omarm ik uiteraard direct en ik besloot linea recta dat ik tot het einde van mijn trip in Indonesië zal verblijven. Ondanks het verschrikkelijk lekkere eten (ik peuzelde in total twee porties à 10 spiesjes op) overheerste een naargeestig gevoel. Tijdens het eten kwamen veel bedelaars hun hand op houden voor een kleine aalmoes. Een aantal van hen was zichtbaar verminkt – naar verluidt als gevolg van de Tsunami die alleen al in de provincie Aceh naar verluidt aan 300.000 mensen het leven kostte – of was van nature uit gedisproportioneerd. Aangezien ik net had gepind en zodoende alleen grote flappen geld in mijn bezit had (hier kent men briefjes van 50.000 Rupiah, omgerekend €4,50 – een smak geld voor de locale bevolking) kon en wilde ik niemand in hun wensen voorzien.
Op vrijdagochtend nam ik de ferry naar Pulau Weh onder een brandende zon. De verzichten vanaf de boot waren prachtig, met name door een achtergronddecor van Sumatraanse bergtoppen die tot wel 2.400m hoogte reiken. Aangezien een gemiddelde otter tijdens een hittegolf minder zweette dan ik, besloot ik mijn shirt uit te trekken. Dit had ik beter niet kunnen doen, want binnen een minuut werd ik niet bepaald vriendelijk en eerder dwingend gesommeerd om mijn ontblote bovenlichaam niet in het openbaar te tonen en. Het kletsnatte shirt werd daarom weer vliegensvlug aangetrokken. Tot op de dag van vandaag weet ik nog altijd niet of dit een direct gevolg is van het strenge islamitische geloof wat men hier belijdt, óf dat de plaatselijke bevolking van mening was dat een tussen een one- en een sixpack fluctuerende 30-pluspens simpelweg ‘not done’ is.
Let’s go back to how I ended up on this picturesque island. The Lonely Planet pointed out that one of the best diving sites of Indonesia is, as always arguably, the remote island of Pulau Weh. I got very excited by the reviews on internet, as well as from the footages of various diving sites around the island which made it an easy decision to fly from Kuala Lumpur to Banda Aceh and from there taking the fast ferry to Pulau Weh’s harbor. Due to my late arrival last Thursday afternoon I was urged to stay overnight in Banda Aceh which was not too bad at all. I stayed in – a for Asian standards – luxurious hotel and that was such a delight after having slept in quite a horrendous place the night before in Kuala Lumpur. The real highlight was undoubtedly my dinner, which also contributed to my definite decision to spend the rest of my journey in Indonesia. The moment I left the hotel and headed towards the square on the other side of the street, plenty of men triggered me to come over to their place to eat their satay with peanut sauce. Could there be an even more intriguing way to make Dennis Bos loving this country? I, being the fox, was plainly set straight in front of the satay, being the geese and eventually I ate twenty chicken skewers (one skewer only has very little chicken on it and when there would be more Dennis Bos’es in Indonesia, then I am convinced that the deforestation will further endanger the natural habitats of the urang-utang). The evening and dinner was not only a scent of roses; during dinner time a lot of beggars held their hand up to get some alms. Some of the beggars were noticeably maimed – reportedly as a result of the Boxing Day 2004 Tsunami that caused roughly 300,000 casualties in the Aceh province – or were disproportioned by nature. Since I just withdrew cash from the local ATM I couldn’t and didn’t want to obey their desires since an alms of 5,000 Rupiah is an awful lot of money for any local person.
On Friday morning I took the ferry boat when the sun was scorching hot. The sceneries from the boat were from a mesmerizing beauty, mostly a result of the Sumatran mountain tips that reach up to 2,400m that lurked on the horizon. Cause I felt like a pig during a wave of heat, I decided to take off my shirt aboard of the boat. Once bitten, twice shy… Within a minute I was forced to put my shirt on immediately in order not to show my sweaty nude upper body. Until to date I am still left in oblivion whether this was a direct result of the strong Islamic religion that the locals practice or that the local community was in the strong supposition that a 30-plus guy from the Netherlands with something that varies between a one- and a six-pack is simply intolerable…

Eenmaal op het eiland aan te zijn gekomen werd het mij direct duidelijk dat Pulau Weh niet vergelijkbaar is met één van de Thaise eilanden die ik onlangs heb aangedaan. Daar waar de eilanden in Thailand zijn voorzien van mooie, lange zandstranden die zich uitermate lenen voor uren bakken en braden (het werkwoord ‘lobsteren’ of ‘to lobster’ verspreidt zich inmiddels als een lopend vuurtje), lijmstenen rotspartijen en begaanbare jungles, is Pulau Weh bezaaid met een vrijwel onbegaanbaar woud dat zich bevindt op aanzienlijke heuvelpartijen. De vulkanische activiteiten hebben hier prachtige sporen achtergelaten en het reliëf noopte de Europese Unie om kosten noch moeite te besparen om een prachtig geasfalteerde weg aan te leggen van de haven, gelegen in het noordoosten van het eiland, richting de diverse strandjes aan de westkust. Indien er een Ronde van Pulau Weh door de UCI in het leven zal worden geroepen, zie ik het zomaar gebeuren dat Alberto Contador na een tiental kilometers reeds de pijp aan Maarten dient te geven.
De route richting de duikschool en bungalows van LumbaLumba (Luma=dolfijn; LumbaLumba=dolfijnen. Hoe makkelijk kun je een taal maken?) toonden mij dat het absoluut de moeite waard is om een scooter te huren om voor omgerekend €5 een gehele middag het eiland te gaan verkennen. Buiten ansichtkaartwaardige verzichten is de kans ook groot dat ik oog-in-oog zal komen te staan met wilde varkens en makaken en hiervoor hoef ik niet eens een rijbewijs te tonen. Naar verluidt kan men in Indonesië een rijbewijs kopen en ik zal derhalve onderzoeken of ik mijn in Tsjechië gestolen rijbewijs op een louche manier kan laten vervangen.
Nog op de middag van aankomst heb ik mijn eerste duik genomen in de kristalheldere zee en werd ik met mijn neus op de fantastische feiten gedrukt: op de plek waar de Indische Oceaan de Andamanzee en de Straat van Malakka kust wemelt het van vis- en koraalsoorten en ik waande mij dan ook 55 minuten lang in een aquarium: morenes, blauwgevlekte pijlstaartroggen, inktvissen en een groot arsenaal aan fel- en bontgekleurde vissen zorgden voor een kleurrijk hoogstandje dat ik nog niet eerder in mijn leven had ervaren. Grote vissoorten zoals de adelaarsrog, de haai en de barracuda streelden nog niet mijn netvlies, maar wat niet is zou gelukkigerwijs nog gaan komen.
As soon as I arrived on Pulau Weh, I directly noticed that this island is in no way comparable with one of the Thai isles that I have seen before. Where the islands of Thailand are home to beautiful, long sandy beaches that are extremely suitable for lobstering (sun-bathing but then in an exaggerated manner), limestone rock, great vicinities and penetrable jungles, Pulau Weh is, on the other hand, blanketed by an almost impenetrable jungle in a very hilly environment, small patches of sandy beaches, hardly any interesting vicinities and also a sheer shortage of sunshine. People come to Pulau Weh for only one thing: scuba diving. As said before, those that come here for scuba diving will not regret their decision, since there are few places in the world that are home to more marine life than here.
Already on my first afternoon I decided to have my first dive in the crystal clear sea and I immediately got confronted with the underwater world’s beauty: on the spot where the Indian Ocean, the Andaman Sea and the Strait of Melaka kisses each other, an abundance of fish and coral species can be spectacularly witnessed. The 55 minutes that I was under water was experienced like being in a true aquarium: moray eels, blue-spotted stingrays, octopuses and a wide variety of colorful fish such like emperor angelfish, groupers, surgeonfish, wraths, anemone fish, shrimps and many others contributed to a colorful highlight that I have never experienced before. Big fish species, like the eagle ray, sharks and the barracuda were not spotted. Yet, since it only proved to be a manner of time…

De laatste twee dagen hebben grotendeels in het teken gestaan van het duiken. Iedere ochtend wordt er om 9:30AM met de boot vertrokken naar de meest uiteenlopende ‘dive sites’, wat om 2:30PM nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Voorts is er de mogelijkheid om een nachtduik te maken op het zogeheten ‘Housereef’. Op de tweede duikdag heb ik niet veel bijzonders gezien, al moet ik hierbij vermelden dat je als duiken snel verziekt raakt. De eerste morene is een geweldige aanzicht, de tweede valt ook nog wel te pruimen, maar de derde keer wil je een nog veel grotere gade slaan en het liefst niet verscholen in een holletje, maar volledig exposerend in het water door al zwemmende van de ene naar de andere schuilplaats te glijden. Het hoogtepunt was daarom van mij de aanblik van een 2m lange morene die mijn geschetste derde scenario keurig netjes opvolgde. En tsja, het begint een standaard riedeltje te worden, maar wederom geen haaien op het menu.
De derde dag was qua weer niet veelbelovend. In de vroege morgen werd het eiland geteisterd door zware slagregens met zo nu en dan een donderslag bij een bewolkte hemel, maar om 9:30AM was het grotendeels droog. Het beloofde mijn mooiste duik ooit te gaan worden en in tegenstelling tot de mensheid lijkt de flora en fauna onder water dit soort weertypes met beide vinnen te omarmen. Middels een salto achterover zetten we de duik in en gingen direct naar een diepte van zo’n 30 meter, waar het stikte van de vissen. Grote tonijnen snelden zich langs mij heen met als achtergronddecor vissen in alle kleuren van de regenboog. Het kon haast niet anders dat er nog meer in aantocht was. Op het moment dat ik mij verbaasde over de schoonheid van de koralen werd er met het bekende stokje van de ‘dive master’ op de zuurstoftank geslagen en op zo’n 25 meter afstand zag ik de silhouet van een ‘black-tip reefshark’ zich door het diepblauwe water snellen. Niet veel later zou ik oog-in-oog hebben gestaan met een tweede haai, ware het niet dat op hetzelfde moment ik werd afgeleid door een tweetal adelaarsroggen die zeer gracieus zich door de watermassa heen manoeuvreerde. Dit was het missen van nóg een haai meer dan waard. Het restant van de duik leverde nog een uniek plaatje op van negen barracuda’s, in mijn ogen de Dobermann Pinchers van de oceanen – je ziet aan de ogen dat ze kwaad in de zin hebben, al doen ze normaliter geen vlieg kwaad –, die rondom ons heen zwommen en een apotheose waarbij ik duizenden – zo niet miljoenen – vissen een koraaltuin verder deden opfleuren. Ronduit overweldigend!
De middagduik kon feitelijk niet beter gaan dan de ochtendduik, hetgeen ook bewaarheid werd. Het was een mooie duik waarbij ik de pech had een vrij zeldzame ‘marble ray’ mis te lopen. “Poep geschiedt” zegt men in het Engels en ik had goede hoop dat de volgende vijf duiken mij nog veel meer mooie duikmomenten op zal leveren.
Diving is the key activity on the island and hence each and every day is built up around the two dives that are organized per day. At 9:30AM two boats are departing to a wide range of dive sites nearby, something that is being copied at 2:30PM. Further, when the conditions are are good, one can opt for a night dive on the so-called housereef that is straight in front of our bungalows. On the second day of diving I haven’t seen anything out of the extraordinary, although I have to state that as a diver you can get easily spoiled rotten. The first moray eel you witness is a fantastic experience, the second one is also acceptable, afterwards the third encounter needs to be with a massive moray eel and the ones following should not be observed in their hiding place, but full frontal in front of your diving goggles whilst swimming from one to the other place to shelter.
On the third day thunder and lightning woke me up just prior to departure time. Heavy rainshowers made me believe that the dives were to be bad, but the day evidenced that the weather above the surface is not significantly impacting the life underneath it. Moreover, the dive eventually became the best diving experience ever. Via a backflip sommersault I started my dive and we went descended straight away to a depth of approximately 30 meters, where loads of fish gave me a warm welcome. Big tunas swam rapidly around me with a background of fish in all colors of the rainbow. The start was very promising and I thought “Today can really be my lucky day!”. At the moment that I was still wowed by the corals’ beauty I heard the dive master ticking with his magic stick on the oxygen tank: roughly 25 meters in front of me I saw the silhouetto of a black tip reefshark. Finally proof for the existence of sharks to me after more than 50 dives I have done so far. A little later I could have faced another shark just if I was not distracted by two big eagles rays that were gracioulsy manouevering themselves just above my head. There could be worse reasons for not seeing a shark. The remainder of this impressing dive offered me a glimpse of a school of nine great barracudas, scorpion fish, lion fish, loads of moray eels and many, many more. Just brilliant and I am sure that good old Jeaques Cousteau would have gotten a boner from such a beauty!

Zoals gezegd valt er op het eiland niet al teveel te beleven, waarbij het weer zich ook niet leent om lekker te relaxen of een boek te lezen op het miniscule strandje dat Gapang rijk is. In de lijn der verwachting zal ik derhalve aanstaande vrijdagochtend weer terugkeren naar het vaste land waarna de bestemming vooralsnog onbekend is. Ofwel vlieg ik richting het oostelijkste puntje van Sumatra om aldaar de Krakatau te gaan bekijken en in een wildpark op zoek te gaan naar de zeldzame tijgers, neushoors en olifanten, óf ik vlieg direct door naar Jakarta om van daaruit in vijf dagen over het vasteland naar Bali te trekken, onderwijl een natuurpark en één der hoogste vulkanen te vereren met een bezoekje. Een alternatieve optie is om oerang-oetangs te gaan spotten in Bukit Lewang, maar men biedt hiertoer geen garantie buiten de plaatsen om waar men de machtig mooie beesten voedert. De komende dagen zal ik hieromtrent de knop doorhakken, maar wat de beslissing ook moge zijn: een volgend mooi avontuur is naderende…
As mentioned before there is hardly anything to do on this island except scuba diving. Add to this the pretty persistent shitty weather and relaxing outside in a hammock whilst reading a book is also not an option. As per the current expectations I will go back to the Sumatran mainland this Friday morning with a destination unknown. I will either decide to fly to the easternmost tip of Sumatra to pay a visit to the Krakatau volcano (erupted in 1884 and changed the world’s climate for years on end ever since), as well as to the Way Kampas Nature reserve where tigers (only a dozen), Sumatran rhinoceroses, various monkey species and elephants are still roaming around in the wilderness. Perhaps I decide to fly to Jakarta to subsequently travel over land for five days further to the east towards Bali whilst visiting a nature reserve and doing some trekking up to one of the highest volcanos of Indonesia. An alternative option is to spot the orang-utang near Bukit Lewang, but there is no guarantee that I will see these animals except on a sanctuary where they feed wild orang-utangs. Either tonight or tomorrow I will hit the nails on their heads and will further start planning the itinerary for the remaining 30 days of my journey through Southeast Asia.

Een laatste huishoudelijke mededeling: mijn telefoon is ontvreemd/kwijtgeraakt en deze heb ik dan ook laten blokkeren. Na drie weken feesten vond mijn telefoon het nodig om op de eerste dag op een eiland waar geen bier wordt geschonken, www.mokkels.nl zelfs aan banden is gelegd en waar rond 9PM bij eenieder het licht uitgaat, zomaar midden op de dag in rook op te gaan. Mocht ik een nieuwe telefoon hebben aangeschaft, dan zal ik het nummer met jullie delen.

One final note from my side: I lost my phone / it got stolen last Thursday on the day of my arrival here and as a result I have blocked the SIM-card. After three weeks of partying, my phone seemed to be vanished from planet earth. In case I would decide to get a temporary Indonesian phone, I will share the details with you accordingly.

Oh ja, ik was natuurlijk ook nog in Kuala Lumpur… Ach, “been there, done that”. De skyline is behoorlijk indrukwekkend met de Petronas Towers (tot 2004 de hoogste gebouwen ter wereld) als het absolute middel- en hoogetepunt en een bruisend China Town, alwaar ik verbleef in een hostel genaamd ‘The Bird’s Nest’. Ik weet nu hoe het aanvoelt om tussen papieren muren te slapen voor de schappelijke prijs van €5.- en wat mij betreft geldt in dezen het ‘eens-maar-nooit-meer principe’. Verder was ik te kort in de stad om een onderbouwde mening te vormen over de stad die het goed lijkt te doen onder de expats, maar grote steden waar geen rivier doorkruist of die zich niet aan een haven bevinden, krijgen wat mij betreft nooit vijf sterren…
I would almost forget about the fact that I have also been to Kuala Lumpur... Well, been there done that! The city’s skyline is pretty impressive with the Petronas Towers and the KL Tower as the absolute highlight, whereas also the vibrant quarter of Chinatown could count on my support. I also found accommodation in this quarter in a hostel named ‘The Bird’s Nest’. After one night crashing there I know how it feels like to sleep in between walls made from paper. Due to my short spell in the city I cannot share further profound opinions about the city that appears to be embraced by many multinationals and thus also expatriates. However, cities that are not home to a nice meandering river that splits the city’s center into two halves or that does not have a harbor don’t deserve according to me 5 stars anyways.

Veel groeten aan eenieder in het mistige Nederland en het koude Praag!
Dennis
Lots of regards to everyone in misty Holland and chilly Prague!
Dennis


PS. Inmiddels heb ik nog een drietal duiken gemaakt en woensdag 23 november 2011 gaat de boeken in als een memorabele dag. Een white-tip reefshark kon ik bijna aanraken en deze confrontatie smaakt naar meer. Als het enigszins uitkomt wens ik in zijn totaliteit nog 10-20 duiken te maken in de tijd die mij nog rest in Zuidoost-Azië.

PS. In the meanwhile I have been under water three more times and Wednesday the 23rd of November 2011 became a historical day. A big white-tip reef shark approached me up to 5 meters distance, which was quite a rare encounter since the visibility was poor (10m). This confrontation actually increased my appetite for more scuba diving in the remaining 5 weeks enormously and I hence plan to go diving 10-20 times more shortly.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!